|
RICERCAR RIC 323 |
Recente Uitgaven
Bach-Böhm Meine Freundin du bist schön
|
|
|
RICERCAR RIC 313 |
Recente Uitgaven
Giovani Giorgi Ave Maria
Chœur de Chambre de Namur
Cappella Mediterranea
Mariana Flores soprano,
Fabian Schofrin contre-ténor,
Fernando Guimarães ténor,
Matteo Belloto basse
Clematis
direction
Leonardo GARCÍA-ALARCÓN
|
|
|
RICERCAR RIC 308 |
Matheo Romero Romerico Florido
|
|
|
RICERCAR RIC 300 |
Frescobaldi Il Regno d'Amore
Mariana Flores sopraan
Stéphanie de Failly viool
Andrea De Carlo basse de viole
Marie Bournisien harpe
Quito Gato théorbe & guitare
Leonardo Garcia- Alarcòn clavecin, orgue et direction
|
|
|
RICERCAR RIC 285 |
Carlo FARINA Capriccio stravagante
Ook al is de indrukwekkende Capriccio Stravagante, met al zijn imitaties van instrumenten en dieren, een kunstwerk dat welbekend is bij liefhebbers van barokmuziek, de andere composities van deze virtuoze violist zijn vrijwel onbekend gebleven. Geboren in Mantua, Farina was dienst van het Hof van Dresden. De Capriccio is een uniek stuk te midden van de vijf volumes die hij uitgeeft in de jaren 1620. Zijn andere werken bestaan uit polyfone dansen in de Franse stijl en brillante sonates voor viool in een stijl die volkomen uniek was indertijd. Verassingen, extravagantie, maar ook tederheid en emoties komen aan bod in deze collectie uit het repertoire van Farina.
Stéphanie de FAILLY, viool I
Girolamo BOTTIGLIERI, viool II en alt
Andrea De CARLO, viola da gamba (bas) I
Hernàn CUADRADO, viola da gamba (bas) II
Jérôme LEJEUNE, viola da gamba (bas) III
Eric MATHOT, contrabas
Thomas DUNFORD, theorbe, gitaar
Leonardo GARCÍA-ALARCÓN, orgel, virginaal en directie
|
|
|
MUSICA FICTA MF8006 |
Carolus Hacquart Cantiones & Sonate
Carolus Hacquart is zonder enige twijfel de voornaamste componist uit de late zeventiende eeuw in Nederland. Hij werd geboren in Brugge in circa 1643, maar bracht zijn hele carrière door in Nederland. Eerst in Rotterdam waar hij actief was als vrij muzikant en muziekleraar van leden van de locale bourgeoisie, vervolgens in Amsterdam en uiteindelijk in Den Haag, waar hij tevergeefs hoopte op een benoeming aan het Hof. Hacquart maakte één grote synthese: hij integreerde volkse karakteridtieken in de aristocratische sonate en verbond de sonata da chiesa met de sonata da camera door de inlassing van dansvormen en delen uit de suite; hij combineerde de Italiaanse invloed die duidelijk blijkt uit de vrije loop van de melodie in de solistische passages met een compact samenspel afgewisseld door concerterende partijen, hetgeen een Engelse praxis is. Ook het polyfone samenspel wijst naar de Engelse consortmuziek, als het al geen overblijfsel is van Nederlands polyfonie.
|
|
|
MUSICA FICTA MF 8001 |
Nicolaus a Kempis Symphoniæ de Nicolaus à Kempis
“...De kolonisatie van Italië in de 16de en 17de eeuw door muzikanten uit de Nederlanden is een vreemde kronkel van de muziekgeschiedenis
Nicolaus à Kempis is een bevoorrechte getuige van deze evolutie. Wie is deze man wiens naam een à krijgt tussen voor- en familienaam? Weinig of niets is over hem bekend. Waar is hij geboren? Wanneer? Rond 1600. Dat is alles wat men weet. Heeft hij ooit voet gezet in Italië? Men weet het niet. Misschien heeft hij enkel partituren gelezen die in Venetië gedrukt werden : die gingen Europa rond in die tijd, net als kopieën van manuscripten trouwens. Feit is dat men in zijn muziek opvallend veel Italiaanse nieuwigheden kan ontwaren. Hij stierf in 1676, had een aantal zonen, van wie de vijfde hem opvolgde als orgelist van de Sint-Goedele in Brussel, een functie die Nicolaus zelf sinds 1626 had bekleed. Dat is alles wat over zijn leven bekend is. En dat volstaat. Nicolaus à Kempis was een toeschouwer, en niet meer dan dat. Hij was de nagenoeg anonieme getuige van de ontmoeting tussen de Nederlandse en de Italiaanse muziektraditie: dat blijkt ondubbelzinnig uit zijn muziek. De noten spreken voor zich, daar is geen biografische inkleding bij nodig. Bovendien wijst het feit dat zijn composities gedrukt werden erop dat ze in die tijd gemaakt werden. De kracht van zijn muziek voor ons, is precies dat ze balanceert op de grens tussen twee werelden, twee esthetische sferen die elkaar niet tegenspreken, maar aanvullen – dat wordt bij beluistering heel duidelijk...”
Philippe Beaussant.
|
|
|
|
|
|